M E R C U R Y
M A R S
P L U T O
S A T U R N

Touching from a Distance

Evelyne Coussens

In een voormalige zeefdrukkerij in Ledeberg resideert Verenigde Planeten/United Planets. Onder leiding van kunstenaar Karl Van Welden werkt men aan een performatieve cyclus die de aanwezigheid van de mens in het universum als uitgangspunt neemt. Elke planeet staat voor een andere projectreeks, voor elke performance wordt een geschikte vertelvorm, locatie en ploeg gezocht. Tot nu toe werden ingezet: MERCURIUS, een reeks die zich afspeelt op oude industriële sites, en PLUTO, waarin telkens één toeschouwer binnentreedt in een afgesloten box. De INTRO van PLUTO (PLUTO I) levert een grimmig plaatje op van de mens als heerszuchtig wezen, onaantastbaar in zijn eenzaamheid.
 
INTRO | PLUTO is een voorstelling van twintig minuten, die zich afspeelt in een afgesloten houten box, toegankelijk voor slechts één toeschouwer.(1) De strikte beperking van het ruimtelijke kader staat in sterk contrast met de locatie van INTRO | MERCURIUS. De INTRO van de eerste planetenreeks situeerde zich in een verlaten loods, waar een groep mensen, als een ontsnapte gaswolk, de grootst mogelijke ruimte trachtte in te nemen. Uitzwermend bezetten ze een weids, nieuw te ontginnen territorium. De kolonisatie van een nieuwe planeet, of  een sprong terug in de geschiedenis van de eigen beschaving? Kwamen deze mensen toe, of thuis? Hun gezeul met stenen wees er in ieder geval op dat ze de opbouw van een nieuw leven in gedachten hadden.
 
INTRO | PLUTO lijkt een sprong gemaakt te hebben van een onbepaald aantal jaar, wanneer de glorieus gestichte beschaving al herleid is tot een puinhoop en het zo gretig in bezit genomen terrein gekrompen tot de afmetingen van een benepen houten box. Benepen is ook het zicht op de restanten van de beschaving: de toeschouwer kan slechts door een nauwe spleet in de kijkkast volgen wat er binnen in de box gebeurt. Het is een extreem doorgetrokken gebruik van het oude ‘lijsttoneel’, dat in traditionele schouwburgen de blik van de toeschouwer inperkte tot wat de regisseur wilde dat hij te zien kreeg. In INTRO | PLUTO krijgt de toeschouwer ook een hoofdtelefoon op, die elke auditieve afleiding uitsluit en de isolatie vervolledigt. Een ding is duidelijk: Karl Van Welden eist onze volledige aandacht op voor wat zich afspeelt binnen in zijn box.
 
 
In da box
In de box is het lange tijd duister als de nacht. Slechts langzaam komen mensen en dingen tevoorschijn uit hun contouren. We zien een banale keuken, zij het eentje waar zich zonet een ramp moet afgespeeld hebben, getuige de vloer vol nagloeiende kolen. Een vrouw staat verstijfd bij het aanrecht, een man zet wezenloos de omvergevallen tafel en stoelen recht. Verdwaasd scharrelen de figuren rond, als in shock. Hun eenvoudige gebaren voltrekken zich in slow motion, in de hoofdtelefoon weerklinkt kosmisch gerommel. Het eeuwige gedreun van een melkweg in beweging? De nagalmende soundtrack van een zopas voorbijgetrokken Götterdämmerung?
 
De man hijst de vrouw op het aanrecht en wast haar voeten. Plots blijkt de ruimte nog een derde bewoner te bevatten, die moeizaam rechtkrabbelt langs de wand. Deze nieuwkomer schuifelt naar het aanrecht en opent de keukenkasten – ze zijn tot barstens toe gevuld met conserven. Hij staart naar de conserven. Hij staart naar de vrouw op het aanrecht, naar de eerste man, die strak terugkijkt. Hier wordt gestreden zonder woorden.
 
Beheerst gaan de mannen aan tafel zitten. In het partijtje armworstelen dat volgt moet de nieuwkomer het onderspit delven. De winnaar wast z’n handen en sluit de kastdeuren. Alles is nu officieel het zijne: zíjn eten, zíjn vrouw. Hij spuwt op zijn rivaal. De uitdager veert recht, gooit tafel en stoelen om. We horen het aanzwellende, knetterende geluid van vlammen – de apocalyps zet in, opnieuw. De vrouw neemt haar oorspronkelijke positie bij het aanrecht in. Da capo, voor identiek dezelfde scène.
 
 
Ik kijk, zij zijn
Sinds het moderne theater de schouwburglijst heeft opengebroken is de detheatralisatie van het gebeuren op scène eerder regel dan uitzondering. Veel één-op-één voorstellingen (CREW/ Eric Joris, Ontroerend Goed) zijn een doorgedreven vorm van deze detheatralisatie: ze zijn er op gericht theater en beleving één te maken, zo’n hoge graad van interactiviteit te bekomen dat het onderscheid tussen theater en leven vervaagt of zelfs vervalt. INTRO | PLUTO is anders. De voorstelling houdt de toeschouwer niet alleen fysiek op afstand maar dwingt hem ook in de theatraliteit te blijven. Peter Verhelst doet dat door de extreme traagheid van zijn ensceneringen, Lotte van den Berg hanteert extreme kleinheid. Karl Van Welden houdt onze blik letterlijk vast, door ons in een welbepaald frame te laten kijken. Het kijken is bij INTRO | PLUTO zo dwingend dat het bijna scheppend wordt: zonder de focus van de toeschouwer bestaan de performers niet. Ik kijk, opdat zij zouden bestaan.
 
Hoe groot het heelal ook, Van Welden richt onze blik op het kleine: een microscopische machtstrijd die zich afspeelt tussen drie naamloze figuren. Door de afwezigheid van de tijd (of beter: het zich cyclisch herhalen ervan) wordt de scène echter exemplarisch voor de mens. Het is alsof we de personages treffen na het vallen van ‘de bom’. De keuken heeft veel weg van een schuilkelder: door de kieren van de kasten, volgestopt met proviand, gloort nog een (nucleaire?) gloed. De drie zijn abrupt teruggeworpen in de onderwereld, of toch in een deel ervan: de naamloze vlakte zonder hoop of vrees, waar de banale doorsneeschim – niet de misdadiger, noch de gelukzalige – eeuwig blijft rondzwerven. Ze zitten gevangen: in dit heelal, in dit zonnestelsel, op deze aarde, in deze schuilkelder. Ten prooi aan zichzelf en aan elkaar.
 
De onderwereld is in INTRO | PLUTO immers niet alleen een fysieke cel, maar ook eenstate of mind. Zelfs in die erbarmelijke omstandigheden, of misschien uitgerekend daar, verdwijnt de menselijkheid en geldt enkel nog de dierlijke wet van de sterkste. Met het puin van de beschaving onder zijn voeten komt de aard van het menselijke beestje boven. De terugkeer naar de pikorde van de beesten gaat gepaard met strijd: de sterkste overwint en vernedert de zwakste, om te nemen wat hij nodig heeft. In- en opgesloten met soortgenoten herschept de mens intimiteit tot intimidatie, eendracht tot eenzaamheid. De laaiende vlammen die het tafereel afsluiten en de cirkelstructuur van de scène voorspellen een eeuwige herhaling van dit kwaad. De mens is de grootste ramp voor de mens – dat wisten Sophocles en Sartre al. Ook Van Welden houdt ons een spiegel voor. Het gezicht dat we erin zien is verwrongen en heeft de tanden ontbloot.

 
Verlatenheid
De Romeinse god Pluto, een chtoniër, werd door zijn hemelse collega’s verbannen naar een onderaards rijk. Ook de planeet Pluto viel een verbanning te beurt: in 2006 werd het hemellichaam officieel geschrapt uit het rijtje volwaardige planeten en gedegradeerd tot ‘dwergplaneet’. Geen wonder dus dat ook in INTRO | PLUTO ‘verlatenheid’ een belangrijke rol speelt. Dit Leitmotiv reikt echter verder dan het inhoudelijk-narratieve. Zo spelen de performers ‘blind’, tegen een lege wand aan, verstoken van elk contact met de toeschouwer. Die toeschouwer is op zijn beurt helemaal alleen. De kijkkast isoleert hem van de handeling maar biedt hem tegelijkertijd de mogelijkheid om dichterbij te komen, als een anonieme voyeur. Dat maakt hem uitverkoren, maar onaantastbaar. De toeschouwer in INTRO | PLUTO is een bevoorrechte maar eenzame getuige.
Ik denk dat het Dante was, die de hel omschreef als ‘nabijheid zonder intimiteit’. De jonggestorven zanger Ian Curtis verwoordde datzelfde gevoel als touching from a distance. Van Welden creëert zo’n hel. Ondanks de benepen ruimte waarin de personages van INTRO | PLUTO zich bevinden is er tussen hen geen menselijk contact – het is ieder voor zich. En de toeschouwer kan niet meer dan machteloos toekijken. Waar andere individuele performances er vaak op gericht zijn intimiteit te creëren, doet Van Welden het tegenovergestelde. Hij laat ons erg dichtbij komen, om ons vervolgens nog scherper te laten voelen hoe veraf we eigenlijk zijn.

 door Evelyne Coussens (Corpus Kunstkritiek, VTI)
Gezien op 21 maart 2009 in Atelier 30, Gent (Ledeberg).
 
(1) INTRO/ II. PLUTO maakte oorspronkelijk deel uit van het multimediale parcours Boxes. Voor Boxes nodigde Verenigde Planeten een aantal kunstenaars van verschillende disciplines uit om in een houten box en vanuit hun eigen medium een antwoord te bieden op de vraag naar de verhouding tussen de kleine mens en de grootsheid van het heelal.